De gothic novel, of Gotische roman genaamd in het Nederlands, maakte in de negentiende eeuw zijn meest ingrijpende ontwikkeling door. En nog steeds tot op de dag van vandaag beïnvloed het de literatuur, film en muziek. Toch is het fenomeen zelf terug te voeren naar de achttiende eeuw. De consensus is dat de eerste echte gothic novel ‘The castle of Otranto’ van Horace Walpole uit 1764 is. Hoewel sterk beïnvloed door de Romantiek, die begin negentiende eeuw in de mode was in Europa, onderscheidde dit subgenre zich hier ook van. Onder andere door het element angst te benadrukken. Dit element komt vaak tot uitdrukking in de duistere decors waar de verhalen zich afspeelden. Er hangt meestal een sfeer van mysterie en het bovennatuurlijke. Vrouwen in nood worden niet zelden direct bedreigd door brute en impulsieve mannelijke figuren. De liefde speelt ook een grote rol. Met name de onbeantwoorde, onmogelijke of verboden liefde. Voorbeelden van deze boeken zijn ‘Frankenstein’ van Mary Shelley en ‘Melmoth the Wanderer’ van Charles Maturin uit 1820. Na deze periode nam de populariteit wat af. Echter de invloed op latere negentiende eeuwse schrijvers is duidelijk. Victoriaanse boeken, zoals bijvoorbeeld Emily Brontë’s ‘Wuthering Heights’ en ‘Jane Eyre’ van haar zus Charlotte, zijn ondenkbaar zonder de invloed van deze stroming. In de Verenigde Staten was Edgar Allen Poe een grote vernieuwer in het genre door de psychologie van zijn gotische personages nader onder de loep te nemen. Eind negentiende eeuw was er sprake van een revival van het genre en schreef Bram Stoker zijn magnum opus ‘Dracula’. Ook kwam het zogenoemde “urban gothic” subgenre toen tot stand. Voorbeelden hiervan zijn ‘The strange case of Dr Jekyll and Mr Hyde’ van Robert Louis Stevenson en ‘The picture of Dorian Gray’ van Oscar Wilde.

Frankenstein' van Mary Shelley is een van de sleutelwerken betiteld als gothic novel.